Select Page

En weg is ze: The opt-out revolution

In het najaar van 2003 publiceerde de Amerikaanse journaliste Lisa Belkin een groot verhaal in het magazine van de New York Times dat insloeg als een bom. Het heette ‘The Opt-Out Revolution’ en ging over vrouwen die de meest prestigieuze universiteiten hadden doorlopen – Princeton, Harvard, Colombia – en na een voorspoedig begin van hun carrière als bankier, arts, advocaat of zakenvrouw voor, zoals de Amerikanen het noemen, de ‘mommy track’ kozen.

vrouw huishouding she consultIn de jaren ervoor was een aantal topvrouwen abrupt met hun werk gestopt. De vrouwelijke adviseur van president Bush in het Witte Huis stapte op om zich bij haar gezin in Austin te voegen, de vrouwelijke CEO van Pepsi-Cola zei haar baan op om meer tijd met haar kinderen te spenderen, en de vrouwelijke ambassadeur in Pakistan trad af, omdat ze vanwege veiligheidsredenen haar twee jonge dochters nooit zag. Volgens Lisa Belkin waren dat geen incidenten, het was een revolutionaire trend.

Natuurlijk, het ging om een elite, om hoogopgeleide, succesvolle vrouwen die zich een keuze konden permitteren. Maar dat maakte de trend niet minder zorgwekkend, want juist zij hadden de feministische droom moeten voltooien, juist zij hadden het glazen plafond definitief moeten versplinteren. Dat juist zij afhaakten, terwijl ze de top in zicht hadden of al bereikt, was ronduit teleurstellend. De feministische revolutie stokte.

Het artikel van Belkin riep een storm van reacties op. Was het wel waar dat hoogopgeleide vrouwen massaal van hun topbaan afzagen? En als het zo was, wat was dan de reden? Het gezin is een fijn argument, zo wisten cynici meteen, om een stokkende carrière te ontvluchten. Zoals een van de supervrouwen in het stuk van Belkin het formuleerde: ‘Maternity provides an escape hatch that paternity does not. Having a baby provides a graceful and convenient exit.’

Bos & Eurlings
Nu Wouter Bos en Camiel Eurlings de politiek verlaten vanwege, om het in goed Limburgs te zeggen, hun ‘privé’ lijken vaderschap en gezin ook voor mannen een elegante vluchtheuvel. Opvallend in de reacties op hun vertrek uit Den Haag is dat met name vrouwen de rol van cynicus op zich namen. ‘Weer een man die dit als smoesje gebruikt’, zei Cisca Dresselhuys in het NOS Journaal over Bos. Voor de oud-hoofdredacteur van Opzij is het zo klaar als een klontje: ‘Ze staan er niet al te best voor. Er is veel kritiek. Cohen kan waarschijnlijk beter met Wilders uit de voeten. Alle dingen bij elkaar: zeg het ons eens eerlijk, Wouter! Waarom is het?’ Andere vrouwen constateerden meteen dat Femke Halsema, toch ook moeder van twee jonge kinderen, haar gezin nooit zou kunnen aanvoeren als reden om te stoppen. Het zou alle vooroordelen over werkende moeders bevestigen.

Zonder in cynisme te vervallen is het toch interessant om bij de beweegredenen van Bos en Eurlings stil te staan. Daarvoor biedt het debat over de opt-out revolution in de Verenigde Staten goede handvatten. Voor haar boek Opting Out? Why Women Really Quit Careers and Head Home uit 2007 deed Pamela Stone, hoogleraar sociologie aan de City University van New York, diepgravender onderzoek naar de fall out van carrièrevrouwen. Haar conclusie: de vrouwen houden niet op vanwege hun kinderen en gezin, ze houden op vanwege de aard van hun werk. Hun veeleisende banen hadden een alles-of-niets-karakter, waarin voor een privé-leven geen enkele ruimte was. ‘Er waren dagen’, vertelt een geïnterviewde beurshandelaarster illustratief, ‘dat ik geen tijd had om mijn bureau te verlaten om naar de wc te gaan.’ Volgens Stone keerden de vrouwen hun carrière de rug toe vanwege een gedateerde opvatting van topbanen, waarin werk en thuis twee gebieden zijn die elkaar uitsluiten.

 

Op het moment dat vrouwen kinderen krijgen, gaat de verouderde arbeidsmoraal helemaal wringen. Vandaar dat feministen in de VS al lang stellen dat er niet zozeer sprake is van een glazen plafond als wel van een moederschapsmuur die vrouwen verhindert de top te bereiken. Daar komt nog bij dat de eisen die aan het moederschap worden gesteld de afgelopen tien, twintig jaar alleen maar hoger zijn geworden. Zie alleen al de torenhoge stapel recente boeken van moeders die ploeteren met hun rol en het gevoel hebben dat ze het nooit goed genoeg doen.

Er is vaak gezegd dat het ronduit ironisch is dat het moederschapsideaal weer springlevend is in een tijd dat vrouwen de werkvloer aan het veroveren zijn. Zo bezien is het niet meer dan rechtvaardig dat vaderschap in deze tijd ook steeds meer lijkt te vergen. Moderne vaders willen al lang niet meer louter de man zijn die zondag het vlees komt snijden, maar het gaat verder: naast het moederschapsideaal lijkt er ook een vaderschapsideaal te ontstaan, een ideaal waarin hij niet slechts de uithuizige kostwinner is. Vaders beseffen meer en meer dat het belangrijk – en leuk – is als zij werkelijk in de opvoeding participeren.

Vrouwen moeten niet mopperen over de ‘smoesjes’ van Bos en Eurlings. Ze moeten het toejuichen dat niet alleen moeders maar ook vaders nu publiekelijk aan de tand worden gevoeld over hoe ze hun drukke baan met hun kinderen combineren – zoals vice-premier, minister en fractieleider André Rouvoet, leeftijdgenoot van Bos en vader van vijf kinderen, afgelopen maandag bij Pauw en Witteman.

In de jaren tachtig probeerden vrouwen door het glazen plafond te breken op de mannelijke manier: in breedgeschouderde power dress, zeventig à tachtig uur voor baas of bedrijf in touw, hun kinderen als goed bewaard geheim waar ze het werk niet mee belastten. Bos en Eurlings lijken zich aan te sluiten bij een strijd die vrouwen vanaf de jaren negentig voeren. Ze kiezen voor de vrouwelijke manier: evenwicht tussen werk en leven. Als dat geen geslaagde revolutie is.

Bron: Xandra Schutte, de Groene Amsterdammer

Schrijf je in voor SheNews. Kosteloos

Informatie, tips, nieuws en wetenswaardigheden voor professionele vrouwen.



You have Successfully Subscribed!