Select Page

De directeursziekte: minder en slechtere feedback

De directeursziekte: minder en slechtere feedback

Waarom krijg je als leidinggevende minder en slechtere feedback en vooral: hoe zorg je ervoor dat je de feedback die je krijgt optimaal benut? Joël Aerts, ervaren organisatieadviseur en schrijver van ‘Ontwikkel je leiderschap’, vertelt daar meer over.

Toen Aerts in gesprek met een manager dit onderwerp besprak – over waarom leidinggevenden in de regel minder en slechtere feedback krijgen – stuitte hij niet op herkenning. De manager vertelde dat hij aan het begin van elk jaar een motiverende speech houdt waarbij hij noemt dat hij altijd openstaat voor feedback op zijn functioneren. Maar toen Aerts hem vroeg hoe vaak zijn medewerkers op die uitnodiging in waren gegaan, moest hij toegeven dat het vrijwel nooit gebeurde dat iemand aanklopte om feedback te geven.

Wetenschappers James Conway en Allan Huffcut bedachten hier een term voor, de ‘CEO disease’, ofwel de directeursziekte. In hun onderzoek analyseerden ze 177 onderzoeken naar feedback, waar ruim 28.000 managers aan hadden deelgenomen. De uitkomst was duidelijk. Hoe hoger de functie die je bekleedt, hoe minder feedback je ontvangt en hoe minder realistisch die feedback is.

Hoe hoger de functie die je bekleedt, hoe minder feedback je ontvangt en hoe minder realistisch die feedback is.

Helaas geldt dit niet alleen voor CEO’s, maar voor iedere leidinggevende. Nogal onwenselijk, want leidinggevenden hebben veel invloed. Juist daarom hebben ze regelmatig en realistische feedback nodig.

Twee algemene tips van Aerts voor leidinggevenden zijn:

  • Tip 1: zoek actief feedback. Als je jezelf wilt ontwikkelen en beter wilt presteren, ga dan zelf op zoek naar feedback. Zeggen dat je openstaat voor feedback is vaak niet genoeg, vraag er ook regelmatig naar. Het kan feedbackgevers helpen als je feedback vraagt op een specifiek onderdeel van jouw functioneren.
  • Tip 2: doe er wat mee. Met het vragen naar feedback ben je er nog niet, je moet het ook aannemen. Juist wanneer je al minder en slechtere feedback ontvangt, moet je de feedback die je krijgt optimaal benutten.

Tips om niet allergisch te reageren op feedback
Douglas Stone en Sheila Heen deden onderzoek naar hoe feedback werkt, gericht op het perspectief van de feedbackontvanger. Een van de vragen die ze onderzochten was: Hoe kun je als ontvanger beter feedback accepteren? Een goede onderzoeksvraag, want veel mensen vinden dat lastig. Volgens Stone en Heen zijn er drie soorten allergische reacties op feedback:

  1. Waarheidsallergie: de feedback is niet waar
  2. Relatieallergie: de relatie met de feedbackgever is niet goed
  3. Identiteitsallergie: de feedback voelt als een aanval op wie je bent

Als je feedback krijgt die in een van deze categorieën past, geef je al gauw een allergische, verdedigende reactie. Helaas is de meeste feedback niet perfect en al helemaal niet aan leidinggevenden. Dus hoe zorg je ervoor dat je die allergische reacties vermijdt en de feedback die je krijgt toch gaat gebruiken om jezelf te verbeteren?

De waarheidsallergie
‘Dat klopt niet’, ‘Dat is niks voor mij’ of ‘Dat is niet behulpzaam’. Hoor je het jezelf zeggen? Dan zit de feedback die je hebt ontvangen waarschijnlijk in je waarheidsallergie. Vaak komt deze allergie voor bij feedback die fout, incompleet, gedateerd of niet behulpzaam is. Zo kun je beter omgaan met de waarheidsallergie:

  • Tip 1: begrijp de feedback. Het lijkt een open deur, maar zo makkelijk is het niet. De feedbackgever heeft een ander perspectief dan jij, dus het is belangrijk om door te vragen. Pas als de feedback concreet is, kun je er wat mee.
  • Tip 2: zie je blinde vlekken. Soms lijkt feedback wel fout, maar is het toch juist. Dan is het gericht op een blinde vlek. Soms is feedback van anderen nodig om een eerlijker beeld van onszelf te krijgen. Zeker als je meer dan eens feedback krijgt op iets dat je niet herkent, is de kans groot dat het een blinde vlek betreft en geen foutieve feedback is.

De relatieallergie
Uitspraken als ‘Wie ben jij om dat te zeggen’, ‘En dat na alles wat ik voor jou gedaan heb!’ en ‘Het is jouw schuld, niet de mijne’, wijzen op een relatieallergie. Bij deze allergie wordt de feedback die we ontvangen zo gekleurd door de feedbackgever of de relatie die we met die persoon hebben, dat de feedback zelf onbruikbaar wordt. Een gebrek aan vertrouwen, acceptatie en waardering kan ervoor zorgen dat de feedback – ook al is het misschien heel waardevol en realistisch – niet aankomt. Met deze tips kun je de relatieallergie beter aan:

  • Tip 1: scheid wie van wat. Om de feedback te gebruiken, moet je de persoon loskoppelen van de feedback zelf. Stel jezelf eens de vraag: wat als mijn beste vriend of een gewaardeerde collega mij hetzelfde zou zeggen, wat leer ik er dan van?
  • Tip 2: identificeer de rollen. Zijn jullie partners, vrienden of collega’s? Is er sprake van een gezagsverhouding? Soms zijn er situaties waarin mensen nieuwe rollen aannemen, zoals bij een project. Daar kan de projectleider iemand zijn die normaliter de rol van teamlid heeft. Door na te gaan vanuit welke rol iemand feedback geeft, is het wellicht makkelijker om het aan te nemen. Wat kun je leren van de feedback als je de rol van de gever ervan in gedachten houdt?

De identiteitsallergie
‘Ik ben ook helemaal geen goede manager’, ‘Ik ben een slecht persoon’ of ‘Ik zal het wel nooit leren’ zijn voorbeelden van gedachten bij een identiteitsallergie. Stone en Heen beschrijven identiteit als de verhalen die we onszelf vertellen over wie we zijn en wat de toekomst ons gaat brengen. Kritische feedback kan ervoor zorgen dat die verhalen negatief worden, dat onze identiteit wordt aangevallen. Op deze manier kun je beter omgaan met de identiteitsallergie:

  • Tip 1: stop met uitvergroten. Als je kritische feedback krijgt, schrik je daar soms van. Dan raak je in een gedachtenstroom waar die kritische noot steeds groter wordt, tot het punt dat je denkt dat je beter op kunt stappen. Stop met uitvergroten en onderzoek de daadwerkelijke feedback om te kijken of je dat kunt toepassen. Bespreek het met een goede vriend of je partner als het je zelf niet lukt om op de ‘stop-knop’ te drukken. Jezelf positief of negatief uitvergroten zijn beide niet behulpzaam.
  • Tip 2: geloof in persoonlijke ontwikkeling. Als jouw overtuiging is dat verandering onmogelijk is en jouw vaardigheden vastliggen, zegt feedback altijd iets over jouw identiteit. Veel zinvoller is het om te geloven dat verandering en groei wél mogelijk zijn, dan zegt feedback alleen iets over waar je nu staat. Het is maar een momentopname, je kunt er iets mee!

Dus, leidinggevenden, bestrijd de directeursziekte door actief te zoeken naar feedback. En benut de feedback die je ontvangt optimaal met de voorgaande tips.

 

Klik hier voor het oorspronkelijke artikel van Joël Aerts op de ManagementSite.

About The Author

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

magazine for professional women

NIET OVER LIEFDE, MODE, STERREN, ZIEKTES & KIDS

Meld je aan!



Advertentie

Zijbalk ad

Schrijf je in voor SheNews. Kosteloos

Informatie, tips, nieuws en wetenswaardigheden voor professionele vrouwen.



You have Successfully Subscribed!